Ga naar de hoofdinhoud

Els Hengstmengel-van der Graaf - Secetaresse bij Van Nievelt Goudriaan

Hier vertellen vrouwen uit de maritieme sector hun verhaal. Dit is het verhaal van Els Hengstmengel-van der Graaf.

Wat doe je voor werk?

In 1967 werd ik assistent-secretaresse bij Van Nievelt Goudriaan. Ik kwam te werken op de afdeling Lignes de l'Etoile Blanche (LEB). Die onderhield met coasters lijnen van uit het noorden van Afrika en het Midden-Oosten naar Frankrijk, België en Nederland. Er werd vooral fruit, sherry, port en wijn vervoerd. Ik herinner me dat Albert Heijn Nederland aan de wijn wilde hebben. Zij kochten wijn in grote hoeveelheden in. Die werd vervoerd in "safraps", tanks met een inhoud van 5.200 liter en eigenlijk de voorloper van de container. In Zaandam werd de wijn gelost en in flessen gebotteld. Maar ook werden daar de tetrapacks gevuld met "Pinard". Containervervoer stond nog in de kinderschoenen. Op kantoor werden al wel vele gesprekken gevoerd over het voor en tegen van dit vervoer. Anno nu weten we dat het containervervoer niet meer weg te denken is, dat de schepen groter en groter worden. 

In 1971 verruilde ik de scheepvaart voor een heel andere sector, trouwde ik en werd ik moeder en huisvrouw. Toen ik in 1985 weer aan de slag wilde, was er niet veel parttime werk. Dat ik in 1990 weer in de maritieme sector terecht kwam, was een toevalstreffer. Ik ging aan de slag als secretaresse bij een maritiem expertisebureau. Allerlei schades aan schepen en aan de scheepvaart gerelateerde zaken werden hier vastgesteld, getaxeerd en beoordeeld. Ik werkte voornamelijk voor één van de experts die vooral schades aan containers bij de ECT behandelde. Een tijd lang werkte ik ook op de Maasvlakte, waar we een kantoortje hadden. Al die oneindige rijen containers, de vrachtwagens die ze aanleverden en ook weer afvoerden, de grote straddlecarriers en heftrucks met spreaders om de containers op te tillen en correct weg te zetten, ik vond het allemaal heel fascinerend. 

Speelt het vrouw-zijn een rol in je werk?

Ik geloof niet dat in die tijd het vrouw-zijn erg meespeelde in mijn werk. Ik ben opgevoed met de gedachte dat elk mens, dus ook een vrouw, zelfstandig moet kunnen zijn. Ik moest mijn eigen geld verdienen en niet afhankelijk zijn. Dat is me wel goed gelukt. In de jaren 60 van de vorige eeuw werkten nog maar weinig vrouwen in de haven. Er waren nog geen stuurvrouwen, machinistes of kraandrijfsters.

Maar dat wil niet zeggen dat er in de maritieme sector geen vrouwen werkten. Want dagelijks werden de kantoren bevolkt door typistes, telefonistes, telexistes en secretaresses, die brieven, telexen, connossementen en facturen tikten, de afspraken van de heren regelden, telefoongesprekken voerden en en passant soms een kopje koffie serveerden. 

Tegenwoordig ligt de focus meer op “wat een man kan, kan een vrouw ook”. Vrouwen kunnen het soms beter, soms op een andere manier, bezien van uit een ander oogpunt. Alleen hebben (sommige) mannen daar nog te veel moeite mee. Ik vind het heel goed dat er nu nog nauwelijks beperkingen zijn voor vrouwenwerk.  

Wat vind je het mooiste aan je werk?

Nog steeds vind ik de haven van Rotterdam een interessant gebied met een heel speciale schoonheid. Ongelofelijk hoe mensen uit zand, water en stenen een compleet nieuw stuk bedrijvig Rotterdams land hebben gemaakt. Rijen kranen, schepen die af en aan varen, het blijft me altijd trekken. 

Tegenwoordig ligt de focus meer op wat een man kan, kan een vrouw ook

Boek tickets