Milembe Mateyo, Rijkshavenmeester van de haven van Amsterdam
Hier vertellen vrouwen uit de maritieme sector hun verhaal. Dit is het verhaal van Milembe Mateyo.
Wat doe je voor werk?
Ik ben Rijkshavenmeester. Dat betekent dat ik verantwoordelijk ben voor de nautische veiligheid van Amsterdam en het Noordzeekanaal, van 12 mijl buiten de pieren van IJmuiden tot aan de Oranjesluizen in Amsterdam. Ons werk bij de Divisie Havenmeester (DHM) bestaat uit het afwikkelen van het scheepvaartverkeer in het Noorzeekanaalgebied. We inspecteren, handhaven, bedienen de sluizen en begeleiden schepen waar nodig. En natuurlijk treden we op bij incidenten om de haven veilig te houden.
In Amsterdam komen jaarlijks 7.000 zeeschepen en 40.000 binnenvaartschepen binnen. We werken met 180 mensen waarvan 130 functies volcontinu zijn. Daar geef ik leiding aan. Daarnaast houd ik me bezig met de bestuurlijke context – ik heb overleg met alle lagen: wethouders, burgemeesters, de mandaat gevende ministeries, en natuurlijk de directie van het Havenbedrijf. Er zijn veel dwarsverbanden. Ik heb verschillende functies gehad in de ruimtelijke ordening en daarin had ik al veel te maken met de haven. Ik voelde me bij het Havenbedrijf meteen thuis, en dat komt vooral omdat de mensen hier zo betrokken zijn bij hun werk.
Speelt het vrouw-zijn een rol in je werk?
Ik ben me er zelden van bewust dat ik een vrouw ben. Bovendien ben ik de vierde vrouwelijke havenmeester op rij. Wat dat betreft was de weg gebaand. Ik was vrij jong toen ik begon als leidinggevende in een maritieme omgeving, en moest het leiding geven echt mijn poten in de klei leren. Ik had geen ervaring of nautische achtergrond. Dus: Laten zien wie ik was als mens. Doen waar je voor staat en afgaan op je intuïtie. Een fantastische leerschool.
Wellicht is het een blinde vlek dat ik me nooit heb afgevraagd of het anders was geweest als ik man was. Ik heb altijd respect gekregen en hoop dat het niet alleen een gevolg is van mijn positie. Je brengt als vrouw wel een ander soort energie mee: primair meer op de verbinding en op luisteren, waar mannen meer in het direct oplossen en de actie zitten. Ik ben heel goed in delegeren, maar ik zal langer op mijn handen blijven zitten voor ik iets doe, en kijken wat de echte vraag is. Behalve in crisis – dan besluit ik meteen.
Wat vind je het mooiste aan je werk?
Ik vond SAIL wel het allermooiste tot nu toe. Ik stond op het voorste tallship toen de sluis openging om het kanaal op te varen. Een kapitein zei: ‘Daar ga ik niet invaren. Ik zie geen water.’ Er waren alleen bootjes te zien. Uiteindelijk is hij overtuigd. En iedereen maakte inderdaad vanzelf plaats.
SAIL is een enorme klus waar we twee jaar mee bezig zijn – naast het gewone werk. Er is vooral veel overleg: met de veiligheidsregio, gemeentes, politie, Rijkswaterstaat… Dat die hele logistiek met tienduizenden schepen gewoon lukt, en alles zonder noemenswaardige incidenten is verlopen, geeft een enorm voldaan en trots gevoel. En het is natuurlijk prachtig dat we de verbinding met de maritieme historie zo goed laten zien.
Ik vind dit ambt echt een eer. Het mooie vind ik enerzijds het werk met de eigen mensen die zo betrokken zijn, in verschillende takken binnen onze divisie en op verschillende locaties. Anderzijds de complexiteit van het bestuurlijke. Ik heb te maken met verschillende gemeenten en veiligheidsregio’s, politie-eenheden, Rijkswaterstaat en de Provincie, waar het kanaal als blauwe draad doorheen kronkelt. Dat is leuk. En als ik genoeg heb van het vergaderen, ga ik even naar de sluis, of vaar ik een stukje mee. Dan is mijn energie meteen terug. En weet ik waar ik het voor doe: eraan bijdragen dat de haven veilig kan draaien.
Ik had geen ervaring of nautische achtergrond. Dus: Laten zien wie ik was als mens. Doen waar je voor staat en afgaan op je intuïtie